Fietsen in en om Brugge

Wanneer het zomert, is het prettig vanaf een van de vele camperplaatsen aan de kust het binnenland per fiets te verkennen. Het Brugse Ommeland bijvoorbeeld is een prima fietsregio dankzij kruisende en lusvormige fietsroutes rond de stad.

We starten ten zuiden van Brugge in Assebroek. Met de groene ophaalbrug van Steenbrugge achter ons fietsen we over het voormalige paardentrekpad langs het kanaal Brugge-Gent. Via een fietskraag aan een brug kunnen we onder de Brugse ring door. Langs de Katelijnebrug  loodsen de rechthoekige groen-witte fietsbordjes van de Vlaanderen Fietsroute ons Brugge binnen.

We slaan meteen rechts af, langs de vesten, voorbij de Gentpoort, tot de Coupure, een waterweg die halfweg de 18de eeuw de kanalen Oostende-Brugge en Brugge-Gent met elkaar verbond. Als de brug over het water opgehaald is, maken fietsers en wandelaars een ommetje langs het standbeeld voor Marieke van Jacques Brel. Dit is echt een tocht door le plat pays, waar de wind vrij spel heeft. Daarom treffen we ook voorbij de Kruispoort vier windmolens: de Bonne Chière, de Sint-Janshuismolen, de Nieuwe Papegaai en de Koelewei. Hier net voorbij stuurt de bewegwijzering ons naar het Zuidervaartje. Even komen we dicht bij de Damse Vaart, maar we blijven de Vlaanderen Fietsroute volgen en belanden in boekendorp Damme.

Links sluimert de Onze-Lieve-Vrouwekerk, verderop ligt het intieme museum van het Sint-Janshospitaal. Rechts pronken het stadhuis, het standbeeld van schrijver Jacob van Maerlant en Huyse de Grote Sterre, hét informatiepunt voor de Zwinstreek. De Vlaanderen Fietsroute-bordjes loodsen ons de Damse Vaart over met links de witte Schellemolen.

Polders en dijken

We fietsen door het polderland naar Dudzele. Vlak bij de dorpskern staat links het woonhuis van een boerderij op een terp die vermoedelijk al in de 9de eeuw opgeworpen is als een vluchtheuvel boven de toenmalige schorrenvlakte. Naast de kerk is nog de ruïne van een romaanse kerk ter ere van Sint-Lenaard, de patroonheilige van de Brugse kuipers. Dan gaat het richting Boudewijnkanaal, dat Brugge met de zee verbindt sinds 1904. We steken over via de Herdersbrug en daar slaan we meteen rechts af.

Richting Lissewege ligt links de abdijschuur van Ter Doest, het laatste restant van een ooit machtige cisterciënzerabdij. Het is de moeite even daarheen te fietsen voorbij een fraai zeshoekig barokkapelletje. We zijn onder de indruk van het enorme pannendak en het eikenhouten gebinte. Lissewege is schilderachtig, met zijn lage witte huisjes, het Lisseweegse Vaartje en de stompe toren van de volumineuze polderkathedraal, die behalve aan de Lissewegenaars vooral aan veel bedevaarders ruimte moest bieden. Die kwamen voor de verering van Maria en Sint-Jacob: Lissewege was een belangrijke halte voor pelgrims naar Compostela. 

We verlaten Lissewege via de drukke N3 en stevenen op Uitkerke af. Straat- en plaatsnamen hebben hier een historische betekenis. De Dulleweg is een eeuwenoude dijkweg op de grens tussen land en schorren. De Schaapstraat geeft aan waarlangs herders al in de 8ste en 9de eeuw naar de graasweiden op de zilte schorren trokken voorbij de dijk. De naam Uitkerke wijst er trouwens op dat de kerk buiten de dijk lag.

Even op de Genteleroute

De fameuze Blankenbergse dijk is afgegraven, maar we volgen zijn tracé links van de kerk. De Vlaanderen Fietsroute volgt hier even de Gentelefietsroute, genoemd naar de Genteledijk. Rechts ervan strekt zich het oudste ingepolderde kustgebied van West-Europa uit. Aan het kruispunt met de Kuiperscheeweg volgen we nog even de Vlaanderen Fietsroute. In de vogelkijkhutten van Groenwaecke kan je weidevogels observeren. We keren terug naar de lusvormige Genteleroute en volgen nu weer de rood-witte zeshoeken.

Zo komen we voorbij het gehucht Sint-Jan-op-de-Dijk met de Sint-Jobskapel. Voorbij de Copsweg ligt links een prachtige hoeve met een Friese schuur. Verderop bereiken we Zuienkerke met in de fraaie dorpskom een romaanse kerk uit de 12de eeuw. Met wat geluk geniet je er van de klanken van de automatische beiaard. We fietsen voorbij het Strooiendorp, steken de Oostendse Steenweg over en dwarsen de Blankenbergse Vaart aan de Kapellebrug. Daar ligt links de Grote Poldermolen, die tot 1903 met een scheprad het water uit de Meetkerkse Moere overpompte in de hoger gelegen Blankenbergse Vaart. Aan de molen gaat het rechtsaf richting Meetkerke.

We bereiken het dorp via de Vaartwegel, met aan het begin een Mariakapelletje en aan het eind een kleine klim die aantoont dat ook dit dorp gebouwd is op een terp. Via de Mareweg gaat het richting Houtave en we genieten van de verrukkelijke polders met fraaie boerderijen. Aan de T-kruising met de Oosternieuwweg verlaten we de Genteleroute en buigen we links af. Rechts ligt een brede sloot, het Oosternieuwegezwin. Links strekt zich de Meetkerkse Moere uit met in de verte het natuurreservaat De Eendenkooi.

We komen door Nieuwege, een gehucht dat ontstond als aanlegplaats voor binnenschippers langs de Ieperleet, het latere kanaal Oostende-Brugge. Vóór dit kanaal gaat het linksaf en we fietsen terug richting Brugge. Voorbij de N31 passeren we het AZ Sint-Jan en komen we uit aan de Scheepsdalebrug. Hier gaan we rechts over het kanaal en komen via de Scheepsdalelaan aan de Ezelpoort. Onder de stadspoort door fietsen we meteen rechtsaf langs de Guldenvlieslaan. Witte zwanen op het water van het Stil Ende rechts van ons leren dat we weer langs de Brugse vesten fietsen. We volgen ze langs de Guido Gezellelaan en komen uit aan de vierde Brugse stadspoort, de Smedenpoort. Na de Hendrik Consciencelaan komen we via een fietstunnel uit voor het station van Brugge. Daar voorbij gaat het aan de Vaartdijkstraat rechtsaf langs het kanaal Brugge-Gent. Met aan onze linkerkant de Sint-Pietersabdij van Steenbrugge zien we weer de groene brug van ons vertrek.  Met 58 km in de benen zal er vannacht goed geslapen worden in de camper!

Gepubliceerd op donderdag, februari 4, 2021 door Martin Vanhaverbeke

Delen