Hoe autonoom kan je camperen?

Camperen is vrijetijd vieren in ultieme vrijheid: vertrekken wanneer je maar wil, overnachten waar je maar wil*, blijven zolang je maar wil! Maar kan dat wel? Hoelang kan je camperen zonder stroom, water of gas te tanken en vuil water te lozen? Hoe zelfvoorzienend kan je zijn? Ervaren in het zo wild mogelijk camperen deelt Thomas De Boever zijn ervaringen en tips voor autonoom camperen.

Op een parking in Düsseldorf zonder voorzieningen was ik getuige van een wonderlijk tafereel: een moeder en dochter stonden in alle autonomie te camperen met de machtige Rijn aan hun voeten. De idylle kreeg algauw een knauw. Sukkelend probeerden beide dames de inhoud van hun volle toiletcassette over te gieten in een jerrycan. De nood was hoog, de kans op succes laag… Autonoom camperen… Zonder voorbereiding kan het een akelig avontuur zijn…

Zwart water lozen

Meteen een van de lastigste aspecten van het vrij camperen: wat doe je met je (menselijke) afval? Mijnheer heeft snel een kleine boodschap gedaan in de vrije natuur, maar voor een gezin van vier heb je na één dag al een groot probleem. De toiletcassette kan dan al goed gevuld zijn. Lozingsplaatsen zijn onderweg moeilijk te vinden, en lozen in het groen is not done!

Tips van Thomas:

  • Stel het lozen even uit door het gebruikte toiletpapier in een apart zakje te steken en zuinig te zijn met spoelwater.
  • Loos wanneer het kan, wacht niet tot het moet. Handig is op voorhand uit te zoeken waar je in de buurt eventueel kan lozen:
    • Publieke toiletten zijn vaak een oplossing, maar dan is spoelen een probleem want er is geen kraan waar de cassette onder past. (Neem een fles of kan mee om met water te vullen, over te gieten en dan te spoelen.)
    • Grotere tankstations hebben vaak toiletten. Daar kan je dus zeker ook altijd je kans wagen.
  • Sta je langer op een plek zonder toiletstort in de buurt, dan is een tweede cassette een uitkomst.

Grijs water lozen

Ook wat het afvalwater van douche, wasbak en keuken betreft: lozen in de natuur doe je niet. Zelfs niet in een riool: rioolwater wordt afgevoerd naar rivieren of beken en die wil je niet vervuilen met zeep. Ga dus op zoek naar plaatsen waar je, net als met het toilet, mag en kan lozen. In bijna alle Europese landen zijn hiervoor voorzieningen voor campers, vaak bij officiële camperplekken of bij tankstations: de sanistations.

  • Raadpleeg hiervoor een speciale camperkaart of boekje van het betreffende gebied.
  • Je vindt die info ook op websites waar je zogeheten poi-bestanden met sanistations voor in je navigatiesysteem kan downloaden.
  • Je kan er dikwijls ook je zuiverwatertank vullen. Let op: gebruik de slang voor het schoonwater nooit voor de toiletcassette.

Tips van Thomas

  • Een schoonwater-slokop is de douche. Beperk het douchen tot een minimum. Eens een dagje overslaan is ook geen ramp: zo sta je nog dichter bij de natuur.
  • Bovendien zijn genoeg alternatieven: op het strand staan dikwijls douches voor de badgasten, of was je in een riviertje of een meer.
  • Tussen haakjes: ook natuurlijke en biologisch afbreekbare zeep is schadelijk in de natuur. Dus als je gaat wildwassen, gebruik dan geen zeep! Dat geldt ook voor het wassen van kleren.
  • Een alternatief is de buitendouche of solar-douche, te koop in elke kampeerwinkel: je kan die ’s morgens ophangen in de zon, gevuld met water uit het meer en tegen de avond heeft het water een zeer aangename temperatuur.
  • Voor de echte wildwasser gaat er natuurlijk niets boven douchen in de regen. ;)

Spaarzaam met stroom

Net zoals met water, geldt voor de stroom die je bij het autonoom camperen verbruikt: wees zuinig.

Tips van Thomas

  • Zet je koelkast op de laagste stand.
  • Probeer zo weinig mogelijk de waterpomp te gebruiken. Neem gevulde flessen en gebruik dit water eerst. Hierbij win je drie keer:
  1. je verbruikt minder water uit de schoonwatertank
  2. de vuilwatertank is minder vlug vol, en
  3. de waterpomp gebruikt geen elektriciteit.
  • Als je weggaat overdag, zet dan de stroom helemaal uit. Een omvormer blijft immers stroom verbruiken, ook al doe je er niets mee. Dat is toch weer enkele procenten gespaard.
  • Voor het opladen van telefoon of laptop neem je het best een powerbank mee.

Of gebruik zonnepanelen. De meeste nieuwe campers, zeker de grotere, beschikken tegenwoordig over zonnepanelen.

  • Hoeveel heb je er nodig? Tja, sommige camperaars lijken altijd stroom te kort te hebben. Andere zwervers zweren het maanden uit te houden met één minizonnepaneeltje.
  • Hoe groot moeten ze zijn? Hoe groter, hoe meer opbrengst. Maar ook de grootte en sterkte van je accu speelt een rol: met twee woonaccu’s sta je dubbel zo lang autonoom als met één.
  • Houd rekening met de weersomstandigheden: wanneer je in de  winter in het noorden van Noorwegen vrij staat met dagelijks één uurtje zonlicht, dan zal  het je niet lukken om te beschikken over genoeg zonne-energie, al heb je de grootste panelen van Scandinavië op je dak liggen.
  • Voor de berekening van verbruik, benodigde wattage enzovoort: vraag uitleg aan je installateur of dealer.

Voordelig verwarmen

In de winter camperen zonder voorzieningen is een uitdaging. Dan helpt een extra dekentje tegen de avondkoelte of ochtendkilte niet meer. Zelf trok ik afgelopen winter door de Alpen, met temperaturen tot -20 °C. Ik had drie gasflessen mee, en die waren nodig.

Tips van Thomas

  • Doe zoals thuis: sluit de deur onmiddellijk.
  • Zet een isolatiedeken voor de grote ruit vooraan.
  • Wanneer je overdag weg bent, laat de verwarming aan: een temperatuur van rond de 10 °C overdag zou moeten volstaan om de camper ’s avonds weer snel warm te krijgen. En zo houd je ook de watertank vorstvrij.
  • Verwarm de camper ’s avonds tot maximaal 18 °C. Dat is wat wennen, maar het voldoet. Met die extra trui en dat dekentje voelt het zelfs gezellig aan.
  • Ook ’s nachts laat je de temperatuur in de camper rond de 10 °C schommelen.
  • Let wel: zelfs in een goed geïsoleerde camper doen temperaturen van -20 °C de gasvoorraad snel slinken. Controleer telkens voor het slapengaan de hoeveelheid gas. Om 3 uur ‘s ochtends de gasflessen moeten wisselen in de bittere kou wil je liever vermijden.

Kwistig in de keuken

Autonoom camperen betekent: zelf kokerellen In de camper. Maar dat betekent ook: zowel stroom als gas verbruiken…

Tips van Thomas

  • De koelkast (met vriezer) is een energievreter. En hoe leger de koelkast, hoe meer stroom ze verbruikt. Maar steek ze niet te vol met onnodige zaken: drink dat cavaatje thuis maar.
  • Koop zoveel mogelijk vers onderweg, in lokale winkels of bij de boer: je wint er niet alleen laadgewicht mee, verse groenten en vers fruit zijn ook gezond en lekker, én je leert zo de plaatselijke markten of winkels kennen, het échte leven van gewone mensen.
  • Maak een lijstje met wat je wil koken/eten onderweg: als je een week of langer de bewoonde wereld verlaat, begin dan de week met de verse waren en schakel naar het eind over naar blik- of droogvoer. Pasta en rijst zijn altijd nuttig; makkelijk onderweg zijn ook zaken in blik of glas, als tomaten of groenten.

Bij koken verbruik je ook gas. Onze favoriete oplossing om gas te sparen is op restaurant gaan. Door op goedkope camperplaatsen te staan spaar je daarvoor geld uit. Maar er zijn nog meer alternatieven:

  • Als het mag en het kan, is koken op een kampvuur het gezelligste dat bestaat. Hout sprokkel je ter plaatse.
  • Koken boven het open vuur vraagt wel geduld en ervaring:
    • Steek een stuk vlees op een spies en houd het boven het vuur.
    • Of gebruik een grill: wacht eerst tot het hout verkoold is en rooster dan het vlees boven de gloeiende houtskool.
    • Koken kan ook in een pot op de grill of die boven het vuur hangt, of zelfs op het vuur gezet. In de zogenaamde Dutch oven maak je heerlijke stoofpotjes klaar.
    • Stukjes vis of bijvoorbeeld een banaan met chocolade (een kampklassieker) kan je garen door ze in zilverpapier op of onder hete kolen te leggen.
  •  Een barbecue is ook altijd leuk! Er bestaan genoeg handige meeneem-modelletjes, die ook op gas werken.

Wildcamperen?

In Europa heeft elk land zijn eigen regelgeving als het over wildkamperen gaat. De bekendste landen waar je vrij mag camperen liggen in Scandinavië. In Noorwegen, Zweden en Finland geldt het ‘allemansrecht’, waarmee iedereen het recht heeft om van de vrije natuur te genieten. Uiteraard gelden ook hier bepaalde regels:

  • Blijf op 150 meter van de dichtstbijzijnde woning.
  • Ga niet op landbouwgrond staan.
  • Wil je langer dan twee dagen blijven, dan vraag je beter de toestemming van de grondeigenaar.

Voor de rest is het in Europa dikwijls koffiedik kijken. Wildkamperen wordt steeds minder gedoogd en vaak hebben de kampeerders daar zelf schuld aan gehad die de boel smerig achterlieten of voor overlast zorgden. Respect voor de natuur en de lokale bevolking is de vuistregel. En die gettoblaster laat je beter ook thuis: die vreet toch maar stroom.

Bekijk voor je vertrekt bijvoorbeeld op www.pasar.be/landenfiches de regels van de landen waar je doorheen of naartoe reist. Dubbelcheck waar je vrij mag staan. Een goede voorbereiding bespaart je heel wat last.

Gepubliceerd op woensdag, september 28, 2022 door Thomas De Boever