Tips voor de beginnende camperaar

Daar staat hij dan: je droomcamper. Je eigen huisje op wielen, klaar voor je ontdekkingsreizen. Maar: hij is ook best groot. En zwaar. En hoe zit het eigenlijk met gas, stroom en drinkwater? Ga je voor het eerst op pad met de camper? Campertijd helpt je op weg.

Zeven meter lang, met de buitenspiegels erbij dik 2,5 meter breed en drie ton op de weegschaal: een gemiddelde camper is best een flink voertuig. Niet iedereen springt de eerste keer zorgeloos achter het stuur. En dat is maar goed ook, want je bent nu eenmaal niet met een personenauto onderweg. Toch is een camper besturen niet ingewikkeld als je rekening houdt met enkele dingen. Op de camperplek of camping, tijdens het rijden, maar het begint al bij de voorbereiding.

1. Voor je gaat rijden…

1. Is alles dicht?

De eerste bocht met een camper is meteen de reminder dat voorbereiding belangrijk is. Want je zal net zien dat een van de lades niet is vergrendeld. Of de koelkast. En dat levert een flinke rommel op. Om deze onaangename verrassingen te voorkomen is het slim om een kleine checklist af te werken voordat je gaat rijden:

  • Zijn buiten alle bagagekleppen dicht en op slot?
  • Zijn ramen en dakluiken toe? Ook die in het toilet?
  • Zijn alle lades en bovenkastjes vergrendeld? En de koelkast?
  • Liggen er nog losse spulletjes of zijn die netjes opgeborgen?
  • Ligt de afdekplaat op de spoelbak goed vast?
  • Is het koffieapparaat opgeborgen of vastgezet?
  • Al deze spullen kunnen tijdens een noodstop of ontwijkende manoeuvres het luchtruim kiezen.

2. Zichtbaarheid optimaal?

Nog zoiets en misschien niet heel voor de hand liggend: houd ook alle raamverduisteringen en de vliegenhorren helemaal open. Zo hou je het beste zicht, maar het scheelt ook een hartverzakking als een van die dichte horren met een luide knal openschiet na een hobbeltje in het wegdek.

3. Spiegels afgesteld?

Stel voor je de baan op gaat eerst de spiegels goed af, zodat je het verkeer achter je in de gaten kan houden. Meestal hebben camperspiegels ook een extra dodehoekspiegel - daarmee zie je wat of wie zich direct naast de camper bevindt. Inhalende auto’s bijvoorbeeld, of een fietser tussen jouw camper en het stoplicht. Een van de belangrijkste accessoires - en dat is niet voor niets - is de achteruitrijcamera. Je gebruikt hem tijdens manoeuvres zoals achteruitrijden en inparkeren, maar ook onderweg als achteruitkijkspiegel.

2. Rijden met de camper

1. Zwaarder

Moderne campers trekken bijna net zo snel op als een personenauto. Aan de pk’s ligt het meestal niet. Toch moet je je goed realiseren dat je met een zware kolos op stap bent. Die reageert anders dan je van je eigen auto gewend bent. Vooral in bochten waar een camper door het hogere zwaartepunt wat meer overhelt. Door de afmetingen en het hogere zwaartepunt is de motorhome ook gevoeliger voor windvlagen, ook als je wordt ingehaald door een vrachtwagen of touringcar. Hou je spiegels goed in de gaten houdt, zo word je niet snel verrast.

2. Breder

Omdat de camper ook wat breder is dan een personenauto, rij je op de snelweg wat meer tegen de middenstreep aan. Op binnenwegen en in de bergen let je op met overhangende takken of rotsen.

3. Langer

In de stad hou je rekening met de langere wielbasis - de afstand tussen de voor- en achterwielen. In vergelijking met je personenauto moet je namelijk iets later insturen, omdat je anders met je achterwielen over de stoep rijdt en een paaltje, een verkeersbord of een stoplicht kan raken. Je hebt ook nog de ‘overhang’: het gedeelte van de camper dat achter de achterwielen uitsteekt. Bij sommige campers is dat ruim een meter. Let dan vooral in scherpe bochten op om niets te raken. Nog zoiets: parkeer je langs de weg, let dan ook even op putdeksels: die liggen net iets lager. Staat op het trottoir een lantaarnpaal, dan kan je die met de dakrand van de camper aantikken en dan heb je meteen je eerste schade te pakken.

Ingewikkeld? Nee, gewoon een kwestie van rekening houden met de afmetingen. Je rijdt wat rustiger, je kijkt wat meer vooruit dan je misschien gewend bent, bochten neem je wat ruimer en je houdt meer afstand tot je voorganger. Zo beschik je over meer meters als je moet remmen.

3. Kies je camperplek of camping

Vrijheid, gaan en staan waar je wilt: dat is de charme van het camperen. Dat biedt meteen ook meer keuze aan overnachtingsplekken. Je bent niet gebonden aan de camping, maar je kan ook kiezen voor een camperplek bij een dorpje, een jachthaven of restaurant. Wanneer kies je voor de camping en wanneer voor een camperplek? Dat is heel persoonlijk.

Voordelen van de camperplaats

  • Het voordeel van een camperplek is dat je er ’s avonds laat vaak nog terecht kan terwijl je bij een camping op tijd moet inchecken.
  • Camperplekken zijn ook voordeliger dan campings, soms zelf gratis.
  • En nog een voordeel is dat je op een camperplek voor dag en dauw weer kan vertrekken, zonder tussenkomst van een beheerder. Handig als je onderweg bent en flinke afstanden wil afleggen.

Voordelen van de camping

  • Fijn aan een camping zijn de - meestal - ruime plaatsen, het bruisende campingleven en de faciliteiten. Zoals een zwembad, de aanwezigheid van wasmachines en drogers, een supermarktje en misschien zelfs wellness: prettig als je een paar dagen ter plaatse wil blijven.
  • Anderen vinden veiligheid weer belangrijk en krijgen een gerust gevoel van achter een slagboom staan. Al met al ligt de prijs van een campingovernachting wel flink hoger dan die op een camperplaats.

En hoe vind je dan een camping of camperplek? Daar zijn handige websites en apps voor, zoals Campercontact of Park4Night. Of je kan terecht in de uitgebreide databank van Kampeertijd.

4. Op locatie

1. Kies je plekje

Heerlijk: je hebt die ideale overnachtingsplaats gevonden. Bij het opdraaien van het terrein heb je

  • op overhangende takken, putdeksels en paaltjes gelet?
  • rekening gehouden met de uitzwaai van je camper in scherpe bochten?
  • niet blind vertrouwd op de achteruitrijcamera bij het achteruitrijden, maar heeft je bijrijder bij de achterkant van de camper ook aanwijzingen gegeven via je spiegel en je open raam?
  • Met andere woorden: je staat!

2. Met tv in gedachte

Daar stopt het niet. Als tv-kijken belangrijk voor je is, heb je dan rekening gehouden met bomen of gebouwen, zodat de satellietontvanger op je dak onbeperkt zicht heeft op de satelliet? Daar bestaan handige appjes voor, zoals Satellite Finder, zodat je niet eerst de tv hoeft uit te proberen. Laat je bijrijder de app controleren. Dan kan je precies zien op welke plek je een goede ontvangst hebt.

3. Waterpas staan

Als je geparkeerd hebt, dan is het prettig als de camper waterpas staat: dat slaapt niet alleen comfortabeler, het kookt ook fijner. Je spiegelei ’s ochtends zakt niet naar de rand van de koekenpan. Binnen voelt dat ook aangenamer omdat je evenwichtsorgaan ook van waterpas houdt.

Horizontaal stellen doe je met een paar stevige kunststof keggen die je onder (meestal) de voorwielen plaatst. Erop rijden vergt enige oefening en met aanwijzingen van je bijrijder stop je op het juiste moment zodat je er niet overheen schiet. Handrem er stevig op en je staat.

Luxueuzer en simpeler kan ook, met automatische levelsystemen: vier stelpoten die na een druk op de knop hydraulisch naar beneden zakken en de camper een beetje optillen. Een ingebouwde waterpas zet de camper binnen twee minuten perfect horizontaal. Het grote voordeel van zo’n systeem is ook dat de camper niet meer beweegt. Hij staat als een huis en veel mensen vinden het prettig dat de camper niet meer schommelt. Bijvoorbeeld als de ene partner graag nog wat uitslaapt en de ander alvast begonnen is met de voorbereidingen van het ontbijt.

3. Wel of niet aan de stroompaal

Indien nodig sluit je de camper vervolgens aan op het 230 V-stroomnet van de camperplaats of camping. Daarvoor gebruik je een verlengsnoer met CEE-stekker: zo’n blauwe, met drie polen. Twintig meter is meestal voldoende.

In principe is je camper volledig zelfvoorzienend. Door de huishoudaccu heb je verlichting aan boord en werkt de waterpomp van de drinkwaterkraan en van het toilet. Met gas aan boord kan je koken, verwarmen en de koelkast aanzetten.

Maar…

De accu levert niet onbeperkt energie en als je je elektrische fietsen wil opladen, dan sta je graag aan de stroompaal - zeker als het stroomtarief bij de overnachtingsprijs is inbegrepen. Als er geen stroompaal voorhanden is, kan je toch een paar dagen vooruit. Let dan wel op met je e-bikes, want dan is het snel gedaan met de stroomvoorraad in de accu.

Of toch niet?

Wie totale onafhankelijkheid belangrijk vindt, kan de elektrische installatie zo uitbreiden en aanpassen dat je langere tijd vrij kan staan - ‘autark’ zeggen geroutineerde camperaars. Zonnepanelen en een lithiumaccu zijn hier de toverwoorden, maar daar hangt wel een prijskaartje aan. Combineer je dat met een omvormer (inverter), dan kan je zelfs je koffiezetter of haardroger blijven gebruiken, gewoon op de accu.

4.  Wat met de watertanks?

Tanks inderdaad, meervoud: eentje voor drinkwater en eentje voor afvalwater. Bij de duurdere campers zijn ze vorstvrij ingebouwd in de dubbele bodem van de camper, bij andere modellen hangen de watertanks onder het chassis - al dan niet beschermd tegen vorst.

Drinkwater

Drinkwater gebruik je om te koken, om te douchen, voor de afwas, om je tanden te poetsen en om het toilet door te spoelen. Om vers drinkwater in te nemen gebruik je de aanwezige slang. Let even op of die schoon is en laat het water een paar minuten doorlopen voor je de slang in de opening van de drinkwatertank hangt. Zo voorkom je vervuild water in je systeem.

Vuilwater

Douchewater en het water uit het fonteintje verdwijnen in de vuilwatertank, die je eens in de zoveel dagen leegt aan de camperstations op campings of camperplekken. Je rijdt de camper dan boven het afvoerpunt en je opent de afvoer van de vuilwatertank. Displays in de camper geven het niveau van de tanks aan.

Toilet

Ook het chemisch toilet kan je meestal legen bij zo’n camperstation. Een monitortje op het toilet geeft het vloeistofniveau in de tank aan. Het chemisch toilet heeft die naam omdat je er een vloeistof aan moet toevoegen: die maskeert vervelende luchtjes, voorkomt gasvorming en maakt vaste stoffen vloeibaar zodat je de tank gemakkelijker kan legen. Dat kan op veel camperplekken en campings op een speciale stortplaats voor chemische toiletten. Ook caravans hebben dit systeem aan boord.

Hoe vaak je de toiletcontainer moet legen, hangt af van het gebruik. Idem voor het legen en bijvullen van de watertanks. Sommige mensen douchen nooit in de camper, anderen elke dag. Sommige camperaars gebruiken het toilet alleen ’s nachts voor een kleine boodschap, anderen gebruiken het net als thuis. Vrijheid, blijheid, ook voor gebruik van het toilet.

Twee gasflessen in de winter

In de camper zit een complete gasinstallatie. Om te koken, voor de verwarming en voor de koelkast. In de zomer volstaat meestal één gasfles, maar ga je ook in de koudere periodes op pad, dan is het handig om een tweede gasfles mee te nemen.

Mag de gasfles onderweg open staan, bijvoorbeeld voor de verwarming?

Ja, mits er een zogenaamde crashsensor is geplaatst. Die sluit de gastoevoer af bij aanrijdingen. In zo’n situatie mag je de kachel dus aanhouden. Voor campers ouder dan 2007 zijn er officieel geen wettelijke regels, maar ook dan adviseren we een crashsensor.

Moet de gasfles dicht als je gaat tanken?

Ja. Open vuur is verboden aan tankstations. De koelkast in de camper, die tijdens het rijden op 12 volt werkt, schakelt bij stilstand automatisch over naar gas. En dat gasvlammetje is open vuur. Dus voor het tanken even de koelkast uitzetten.

Gepubliceerd op zaterdag, juli 2, 2022 door Dick William Harinck